Waarom de HOUTDUIF ‘rotte koe’ zegt (066)

Also available in: nlNederlands enEngels frFrans deDuits

U denkt dat de houtduif “roekoe, roekoe” roept, maar als u goed luistert, hoort u dat hij iets anders zegt. Wat hij roept en hoe dat zo gekomen is, leest u in dit oude verhaal over de Ark van Noach. En dan begrijpt u ook waarom de duif sindsdien rode poten heeft.

Op de Ark van Noach leefden de overlevenden van de grootste watersnoodramp in de geschiedenis dicht op elkaar. Van ieder dier was er een man en een vrouw aan boord. Na de eindeloze regens klaarde de lucht op. Ze konden niet wachten tot het water zakte, ze snakten naar frisse lucht en ruimte.
Toen de stortregens stopten vroeg Noach aan de vogels een vrijwilliger om op onderzoek uit te gaan. Was het water al aan het zakken? Viel er al weer land droog? De grote, sterke, witte raaf stelde zich direct beschikbaar, maar verkwanselde zijn opdracht en veranderde als straf in een zwarte, krassende vogel. Ook de ijsvogel dacht alleen aan zichzelf toen hij de vrijheid in de diep blauwe lucht voelde en werd veroordeeld tot een kwetsbaar leven op het water. Noach was boos en teleurgesteld in hen.[1]

“Drie maal een scheepsrecht” zei hij tegen zijn vrouw, “ik ga het nog één keer proberen.”
Hij dacht diep na welke vogel het meest geschikt zou zijn en hij besloot de zachtaardige duif op onderzoek uit te sturen. Met veel geklapper steeg de wat lompe vogel op van de Ark en vloog over de uitgestrekte wateren. Al snel zag hij wat groen op het droogvallende bergland. Daar aangekomen was hij geschokt door alle verdronken dieren die hij zag liggen. Hij trippelde over het sompige land, waar het bloed van de dode dieren vermengd was met het water van de overstroming. Sindsdien zijn de poten van de duif rood.
De trouwe vogel was niet vergeten dat hij een belangrijke opdracht had te vervullen. Hij trok een takje met groene bladeren van de boom en vloog er mee terug naar de Ark. Noach was blij verrast dat de duif zo snel terug kwam met het bewijs dat het water zakte en het leven zich hernam. “Vertel me wat je onderweg hebt gezien,” vroeg Noach de duif.
Deze was nog te verbijsterd en in de war over alle dode dieren onderweg. Hij mompelde alleen maar: “rotte koe, rotte koe”.
Toch was Noach trots op de houtduif die de hoop mee terug had genomen en zei: “Duif, voortaan ben jij het symbool van hoop en nieuw leven na moeilijke tijden.”
Ondanks deze eer is de houtduif zijn ervaring tot op heden nog niet te boven gekomen. Nog altijd heeft hij rode poten en roept hij nog steeds “rotte koe, rotte koe, rotte koe”.

Er zijn 4 bekende soorten duiven: de grote houtduif met de witte halsvlek en witte vleugelbanden en de kleinere, grijze holenduif. De bekende stadsduif heeft als vooroudes de rotsduif. Tenslotte is er de kleine, licht bruine turkse tortel. De houtduif is een echt groepsdier en  zit vooral in parken, tuinen en het liefst in graan- en maisakkers.  Het zijn uitstekende vliegers. Als ze opvliegen is het luide geklapper van de vleugels goed hoorbaar. Het klinkt heel lomp en onhandig, maar dat is het niet. De vleugels klappen boven en onder het lichaam tegen elkaar. Ze leggen meestal slechts 2 eieren per keer, maar kunnen wel 3 nesten groot brengen. Buizerd, havik en sperwers zijn dol op duiven.

 

[1]                Zie het verhaal over de raaf en het verhaal over de ijsvogel in het eerste boek.