Hoe een koning en koningin ten onrechte roem verwierven, HET KONINGINNENKRUID (048)

Also available in: nlNederlands

Het is van alle tijden dat koningen, presidenten, bisschoppen en generaals om hun successen bejubeld worden  in verhalen. Maar het waarheidsgehalte van deze verhalen is vaak dubieus. Ere wie ere toekomt gaat vaak niet op. Dat geldt ook voor het Koninginnenkruid, een nazomerbloeier die met zijn pluizige bollen in de herfst het dorre landschap siert. Luister naar deze Griekse geschiedvervalsing, die in de donkere Middeleeuwen werd herhaald:

In lang vervlogen tijden leefde er een wijze kruidenvrouw en priesteres, wier naam in de vergetelheid was geraakt. Haar kennis van de genezende kruiden was wijd en zijd bekend en velen trokken naar haar huisje voor verlichting van hun kwalen. Haar roem kwam ook de Griekse koning Mithridates Eupator ter ore. Hij voerde in die dagen vele oorlogen. Veel soldaten stierven door verwondingen en infecties. De koning gebood de kruidenvrouw zijn gewonde soldaten te genezen. Door haar deskundige, liefdevolle en vooral succesvolle behandeling van de slachtoffers, werd haar naam legendarisch en overschaduwde weldra de naam van de koning. De trotse koning  kon dit niet velen en gebood haar nederigheid. “Vanaf heden vertel je iedere soldaat die je behandelt dat de kruidenkennis afkomstig is van mij, de koning”, zo beval hij haar. De vrouw keek de koning in de ogen en antwoordde: “In alle bescheidenheid, koning, de gaven van de kruiden zijn noch van mij noch van u afkomstig. Ze zijn door Moeder Aarde  aan de mensen geschonken. Ik zal de kruidenwijsheid nooit kunnen toe schrijven aan een mens.” Daarop wierp de koning haar in de kerker en dreigde: “Morgen zal je sterven op de brandstapel als je mijn wijsheid niet erkent.” De wijze kruidenvrouw wachtte de volgende morgen niet af. Die nacht kroop ze uit het raampje van de kerker en verdronk in het vieze modderige water van de slotgracht die het kasteel omringde. De volgende morgen zagen de wachters dat de vrouw was verdwenen, maar voor het kerkerraampje wuifden grote statige roze bloemen in de wind. Deze waterplant beschikte over vele genezende eigenschappen. De ontsmettende werking bleek levensreddend.

Per decreet bepaalde de koning: “Heden is door onze koning een nieuwe plant ontdekt met belangwekkende geneeskrachtige eigenschappen. Deze plant zal de naam dragen van zijn ontdekker, de koning: Eupatorium.” Hij stuurde vele troubadours het land in met verhalen en liederen over de grote kruidenkennis van de koning die de gewonden en zieken in zijn leger persoonlijk genas.

Deze geschiedenis herhaalde zich in de Middeleeuwen. In het begin van de 11e eeuw leefde koningin Kundigonde in een Duits koninkrijk. Ze woonde in grote luxe en na de dood van haar man trok ze zich terug in een klooster. Ook deze vrouw werd in liederen en verhalen bejubeld omdat zij een grote kruidenkenner zou zijn geweest die de wezen en armen in haar koninkrijk persoonlijk verzorgde. In 1200 is zij zelfs heilig verklaard. Maar ook zij had een kruidenvrouw in dienst, wier naam in vergetelheid is geraakt. De plant werd in Duitsland naar haar genoemd: ‘Kunigundekraut’, wat in het Nederlands is verbasterd tot Koninginnenkruid.

De Latijnse naam voor Koninginnenkruid is Eupatorium cannabinum, genoemd naar de Griekse koning. Koninginnenkruid wordt ook wel leverkruid genoemd, omdat het vroeger een geneesmiddel was voor geelzucht. De grote bloemen bestaan uit talrijke kleine bloempjes die een zoetige geur verspreiden. Ze bloeien in de tweede helft van de zomer. Na de bloei blijven de harige wollige bollen tot in de winter het dorre landschap sieren. Koninginnenkruid groeit vooral op vochtige voedselrijke gronden, vaak langs sloten, meren en in vochtige kalkrijke duinvalleien.

 

© Els Baars, Natuurverhalen.nl