Waarom de stekels van de ROOS naar beneden wijzen (023)

Also available in: nlNederlands enEngels frFrans deDuits

De roos wordt terecht bejubeld om haar schoonheid. Maar bij de perfecte bloem horen de scherpe en pijnlijke uitsteeksels. Niet voor niets luidt het gezegde: ”Er zijn geen rozen zonder doornen”. Officieel heeft een roos geen doornen maar stekels. Heeft u wel eens goed naar de stekels van de roos gekeken? Vroeger wezen de punten naar boven, maar nu niet meer. Hoe dat zo gekomen is leest u in dit duivelse sprookje.
De engel Lucifer was voor zijn wandaden verbannen naar de hel. De hel was geen pretje. Hele dagen ijsbeerde hij door de helse hitte en verzon listen om uit dit ellendige oord te ontsnappen. Tot zijn grote wanhoop mislukte alle pogingen.
Op een dag zag Lucifer glashelder de uitzichtloosheid van zijn situatie in en staarde somber voor zich uit. Juist op dat moment dwarrelde er één zaadje voor zijn voeten en hij glimlachte. Er was weer hoop!
Voorzichtig raapte hij het zaadje van hoop op. Uit alle hoeken en gaten van de hel verzamelde Lucifer stof en rommel en maakte er op een lichte, niet te warme plek een mooie hoop van. Midden in het bergje stopte hij het zaadje 1 cm diep in de grond. Water vinden was in de hete hel een probleem, maar Lucifer was niet voor een gat te vangen. Hij liet waterdampen condenseren en ving het schaarse water zorgvuldig op en druppelde deze op het zaadje. Nauwgezet zorgde Lucifer voor het plantje dat uit het zaadje ontsproot.
De plant klom zijn weg naar boven naar het licht en ontwikkelde zich als een sterke klimroos. Met eindeloos geduld wachtte Lucifer tot de roos zo hoog werd dat hij bijna tot de rand van de wereld reikte. De stekels van de roos die trots naar boven wezen, gebruikte hij als traptreden. Wat was zijn bevrijding dichtbij!
Lucifer bleek te ongeduldig.
De verbannen engel klom helemaal naar boven, maar de roos was net niet hoog genoeg gegroeid. Hoe hij vanaf de bovenste stekel ook reikte en sprong, hij kon de rand van de wereld net niet pakken. Tenslotte brieste, vloekte en tierde hij uit onmacht.
En…, dat hoorde God.
“Roos, wat doe je daar?! Dat kan niet! Je laat je misbruiken door de duivel!” brulde God.
Op datzelfde moment draaiden alle stekels zich om en wezen naar benden.
En Lucifer?
Zijn voeten verloren hun grip op de stekels en hij roetste omlaag. Lucifer viel vol schrammen terug in de hel. Waarschijnlijk ligt hij daar nu nog te mokken.

Rozen hebben geen doornen, maar stekels! Een doorn is een soort  takjes met een scherpe punt,die met het inwendige van de tak is verbonden, bv de sleedoorn. Een stekel is een uitgroei van de bast en kan er makkelijk afgehaald worden zonder de tak te beschadigen. De roos wordt wel de koningin van de bloemen genoemd vanwege de schitterende vormgeving. Rozen speelden al in de Griekse en Romeinse cultuur een belangrijke rol. De bloem is een herinnering aan de schoonheid van het paradijs. De stekels verwijzen naar de harde aardse realiteit. Voor zo ver bekend worden rozen al sinds de 16e eeuw in het Westen  door selectie en veredeling gemanipuleerd, en kregen steeds meer kleuren, bloemvormen, geuren en andere bijzonderheden. Rozen hebben meestal rode rozenbottels, het vruchtvlees is rijk aan caroteen en vitamine C. Soorten die hier in het wild voorkomen zijn o.a. de bosroos, het duinroosje, de egelantier en de hondsroos.

 

© Els Baars, Natuurverhalen.nl