Waarom de blauwe hyacint heerlijk ruikt (#108)

 

Laat in de winter geniet ik erg van de geur van de hyacint in mijn huis. Een bloem die niet alleen heerlijk ruikt, maar ook mooi bloeit met vele klokjes die tezamen de ronde bloem vormen. Een stevige bloem met stevige bladeren, die de kou van het vroege voorjaar trotseert. De hyacint dankt zijn naam aan een mooie prins uit het oude Sparta. Luister naar deze tragische Griekse mythe.

 

Hyakinthos was niet alleen bijzonder omdat hij een prins uit Sparta was, hij was ook bijzonder mooi. Zijn gespierde lichaam leek uit marmer gehouwen, zijn lange haren dansten als hij liep en zijn donkere ogen keken een ieder uitnodigend aan. Het meest aantrekkelijke en bijzondere was zijn lichaamsgeur, opwindend als een bloeiende lenteweide.
Niet verwonderlijk dat hij begeerd werd, niet alleen door sterfelijke prinsessen maar ook door onsterfelijke goden.

De god van de zuiderwind, Zephyros werd verliefd op Hyakinthos. Hij greep iedere kans aan om met een bries zijn geur te verspreiden en de lange haren en het begeerde lichaam te strelen. Maar naast Zephyros had een andere Griekse god zijn verliefde oog laten vallen op de mooie prins. Deze rivaal was Apollo, de mooie atletische god die altijd de juiste diepzinnige woorden sprak en de ander betoverde met zijn poëtische liederen.

Zephyros vreesde dat hij het onderspit zou gaan delven voor Apollo en deed alles om te voorkomen dat  Hyakinthos zou kiezen voor de beruchte charmeur. Zodra Apollo en Hyakinthos samen waren op een romantisch uitzichtpunt in de bergen, zorgde Zephyros voor stormwinden. Samen met de god van de regen verpeste hij de wandelingen van de twee. De mooie klanken uit Apollo’s citer liet hij verwaaiden in wervelende luchtstromingen, waardoor de mooiste compositie die Apollo ooit had geschreven, verloren ging.
Maar niets mocht baten, Hyakinthos gaf zijn hart aan Apollo.
Zephyros, de zuidenwind was diep gekwetst door de afwijzing en verhevigde uit wraak zijn pogingen om hen uit elkaar te drijven.
De geliefden genoten het meest van onderlinge sportieve krachtmetingen. Op een lentedag wierp Hyakinthos de discus zover dat Apollo extra kracht moest geven aan zijn worp. Door een plotselinge rukwind raakte de schijf uit de richting, botste tegen een rots en kaatste tegen het hoofd van zijn geliefde. In de armen van Apollo vloeide het leven weg uit het lichaam van Hyakinhos.

Doden werden in deze Griekse tijd door Hades meegenomen naar de onderwereld. Apollo wilde dit voorkomen en zijn geliefde prins voor altijd bij zich houden. Uit het blauwe bloed van de koninklijke Hyakinthos schiep hij een fraaie violetblauwe bloem, die hij Hyakinthos noemde, bij ons bekend als hyacint. Bekijk je de donkergroene bladeren goed, dan zie je nog altijd de door het zout geëtste geultjes waar de tranen van Apollo liepen.

Zephyros, de zuidenwind, heeft spijt van zijn daad en verspreidt iedere lente de bekoorlijke lichaamsgeur van Hyakinthos, die Apollo heeft meegeven aan de hyacint, over de velden.

 

Alom bekend zijn de gecultiveerde hyacinten die in de late winter en het vroege voorjaar te koop zijn. De blauwe, roze of witte bloem bloeit met vele klokjes aan een centrale stevige steel.
De wilde hyacint heeft een eenvoudiger violetblauwe bloem: enkele losse klokjes op een slanke wat gebogen steel en slanke bladeren.
De verwildering die je vaak ziet in de bossen vindt plaats door nevenbollen en zaad. Het zaad kiemt het best in de herfst na een warmere periode van meer dan 20 graden gevolgd door een koele periode van ongeveer 10 graden. Te hoge en te lage temperaturen zijn niet goed voor kieming. De wilde hyacint voelt zich daarom prettig in de gematigde streken, vooral op de Britse eilanden, waar ze volop de bodems van loofbossen bedekken. Uit zaad voortgekomen planten bloeien pas in het 5e jaar.
In Nederland is dit bolgewas niet inheems, vermoedelijk zijn ze in de 17e eeuw vanuit Engeland ingevoerd, waardoor je nu vooral verwilderde stinsenplanten ziet. In de bossen zie je veelal een menging van de noordelijke Scilla non script en de zuidelijk Scilla hispanica, vaak ‘wilde' hyacint genoemd.
In België en West-Frankrijk komen ze inheems nog wel voor in de kuststreek, maar staan daar onder druk. Wilde hyacinten groeien het liefst in vochtige, zanderig bodems van loofbossen, vaak in de duinen en bloeien midden in het voorjaar.

(natuurinformatie uit: Nederlandse Oecologisch Flora, deel 4, E. Weeda e.a.)

Deze mythe is een bewerking van het verhaal uit de Metamorfosen van Ovidius