De ZANGLIJSTER, een zanger die geen maat kan houden (#075)

Iedere tuinier wil graag een zanglijster in de tuin omdat deze veel slakken verorbert. Als je goed oplet zie je dat deze vogel op een vaste steen de slakken kapot slaat, op zijn 'smidse'. 

De zanglijster heeft een warm stemgeluid, vaak herhaalt hij het tussenstuk driemaal, maar regelmatig raakt hij de tel kwijt. Waarom hij een smidse heeft en zo zingt, verhaalt het volgende nieuwe sprookje:

Er was eens een smid die altijd zong. Tijdens zijn werk galmden de liederen door de smederij, begeleid door het ritmische gehamer van de zware moker op het gloeiende ijzer. Zijn zoontje Turdus was gezegend met een stem als een klok en toen hij de baard in de keel kreeg veranderde dit in een zeldzaam mooi warm stemgeluid. Zijn zoon moest worden wat de smid niet was gelukt: een wereldberoemde zanger.

Er was echter een probleem. Turdus kon geen maat houden. En dat niet alleen, hij kon ook geen liederen onthouden. De draad van een lied raakte hij altijd kwijt. Dag in dag uit werd hij getraind. 's  Morgens oefende hij de liederen met zijn moeder, 's middags de maat in de smederij door de moker op het hete ijzer te slaan. De jongen genoot van de kracht waarmee de hamer op het aanbeeld viel, maar ritmisch, nee dat lukte niet. Nooit was het goed. Turdus werd er helemaal gek van. Soms sloop hij weg van huis, klom hoog in de boom waar zijn ouders hem niet konden pakken en zong uit volle borst zijn eigen lied. Toen hij bijna volwassen was en zag dat zijn ouders ongelukkig waren om zijn falen, klom hij op een dag in de hoogste boom om er nooit meer uit te komen. Voortaan zong hij op zijn manier. Hij zat zo lang in de boom dat hij na verloop van tijd veranderde in een vogel. Hij zingt nog steeds uit volle borst en iedereen mag hem zien en horen. Zijn warme stemgeluid draagt ver vanaf een hoge boom of een dakpunt. En let maar op, Turdus de Zanglijster zingt als een van de eersten in het ochtendgloren en gaat als een van de laatsten slapen. Zijn liedjes zijn kort en keren steeds terug, maar zijn nooit hetzelfde. Zijn strofen herhaalt hij vaak driemaal, maar als hij de tel kwijt is, kan het tweemaal zijn, of vijf, steeds met een pauze, alsof hij lijkt na te denken: “hoe ver ben ik?”.

Het hameren op de smidse zat er zo in geramd, dat hij daar van is gaan leven. Hij slaat de slakken net zo lang op zijn smidse tot ze openbreken en dan smikkelt hij het zachte vlees lekker op.

Zanglijsters (Turdus philomelos ) komen vrijwel overal voor, al hebben vochtige dichte bossen, als elzen-essenbossen de voorkeur. Naast de vele slakken die ze op een smidse stuk slaan, eten ze insecten en wormen en in de winter bessen. Ze zijn familie van de merel en zijn ongeveer even groot, maar lichter van kleur en schuwer. De zanglijster verzamelt zijn voedsel ook graag in grasvelden. Al in januari begint het territoriumgezang.