Onvoorwaardelijke moederliefde, de zeehond (050)

Also available in: nlNederlands enEngels

Heb je je wel eens afgevraagd waarom de Gewone Zeehond met zijn vertederende, lieve, grote, ronde ogen, zo ontwapenend is? Dit is een van de vele verhalen over de Ark van Noach. Maar ook een ontroerend verhaal over onvoorwaardelijke moederliefde.

In lang vervlogen tijden, toen de aarde overspoeld werd door vloedgolven, bouwde Noach een grote boot om de dieren van een wisse verdrinkingsdood te redden. In zijn ark was plaats voor één vrouwtje en één mannetje van iedere diersoort. Zo waren er twee woelmuizen, twee bunzingen, twee eekhoorntjes, twee vossen en nog veel meer koppeltjes dieren aan boord. Op het laatste moment ontdekte de vrouw van Noach dat er één paartje ontbrak: er waren geen honden. Ze snelde naar buiten, waar de regen onafgebroken en onbarmhartig uit de onheilspellend donkere wolken gutste.

Juist op dat moment liep er een hondenkoppeltje langs. De vrouw van Noach riep luid: “Honden, de wereld gaat ten onder aan eindeloze overstromingen. Kom op onze ark, we hebben nog plaats voor een stel honden.” Blij antwoordde het teefje: “We halen snel onze jongen die droog op de zolder van een schuur liggen”. Ontzet antwoordde Noachs vrouw dat er slechts plaats was voor twee honden en dat ze hun kinderen achter moesten laten. De hondenouders schrokken; dit was een onmogelijke keuze. Wat moesten ze doen? De hondenmoeder dacht aan haar nest met puppy’s die haar met hun ronde ogen zo lief aankeken en zei direct: “Dan ga ik niet mee. Ik laat mijn kinderen niet in de steek!” Maar de hondenvader begreep dat op het land blijven een zekere dood voor het hele gezin betekende en riep uit: “Als we niet meegaan, zijn we allemaal verloren!” Het teefje was echter onvermurwbaar en zei: “Als jij zo nodig wilt overleven, ga dan,” waarop ze zich omdraaide om terug te gaan naar haar puppy’s in de schuur.

De reu aarzelde nog even maar volgde uiteindelijk een mooi teefje dat de luide oproep van Noachs vrouw ook had gehoord en nu kordaat aan boord van de ark stapte. Terwijl het water hoger en hoger steeg, verwarmde de moederhond haar drie jonkies en kalmeerde ze met lieve woordjes.

God zag het vanuit de hemel en werd diep geraakt door die onvoorwaardelijke moederliefde. Om hen te sparen veranderde hij moeder en kinderen: de voorpoten werden vinnen, de harige vacht een dikke vette huid en de staart werd een staartvin. De wereld overstroomde, maar de moederhond en haar jongen waren gered want zij waren waterdieren geworden! Tot de dag van vandaag leven zeehonden in het water en vertederen de mensen, zoals zij ooit God hebben vertederd. Vele nakomelingen dollen in alle grote zeeën en rusten op de stranden en zandbanken.

Met zijn vlijmscherpe tanden en scherpe nagels is de Zeehond het grootste roofdier van ons land. De Gewone Zeehond leeft vooral bij mondingen van rivieren. De gevoelige snorharen voelen, door de trilling in het water, al op grote afstand waar een vis zwemt. Ze kunnen zwemmend in luttele seconden van 0 naar 35 km per uur versnellen en tot 100 meter diep duiken. Deze robben zijn zo groot als een gemiddelde mens en wegen zo’n 120 kilo. Gezonde mannetjes kunnen 24 en vrouwtjes wel 40 jaar oud worden.
De mens heeft door de jacht op voedsel en pelzen, en het uitschakelen van een concurrent voor de vissers (een volwassen zeehond vangt per dag ongeveer 5 kg vis), de zeehond
bijna uitgemoord. In 1959 leefden er nog slechts 1000 dieren in de Nederlandse wateren. In 1962 kwam er een jachtverbod maar door de watervervuiling, gevolgd door twee virusepidemieën, daalde het aantal verder tot 500. Door natuur- en milieumaatregelen is het aantal weer gestegen naar momenteel ruim 6000 in de Waddenzee en 500 in de Schelde delta.

De grotere Grijze Zeehond was sinds de middeleeuwen door de jacht verdwenen, maar is sinds de jaren ´90 van de vorige eeuw in kleine aantallen terug.

 

© Els Baars, Natuurverhalen.nl. vrije bewerking, gebaseerd op n ooit gehoord verhaal