de AALSCHOLVER, een slimme watervogel (081)

Also available in: nlNederlands

De aalscholver is een uitmuntende duiker die lang onder water kan blijven. Opvallend aan deze ‘waterraaf’ is dat hij na iedere zwembeurt zijn veren moet laten drogen in de wind. Daarom ziet u deze grote, zwarte watervogel met zijn lange nek vaak met gespreide vleugels langs de waterkant zitten. Wist u dat aalscholvers hele intelligente jagers zijn? Lees hoe dat zo gekomen is in dit nieuwe verhaal.

Duizenden jaren geleden werd een jonge prinses uit strategische overwegingen uitgehuwelijkt aan de jonge koning van een naburig eilandenrijk. Het werd helaas geen sprookjeshuwelijk: de gelijkmoedige prinses moest al snel ervaren dat haar echtgenoot een opvliegende en op macht beluste botterik was. Het enige geluk dat de prinses aan dit gedwongen huwelijk beleefde was de geboorte van een drieling – drie vertederende prinsesjes.
Toen de meisjes 18 waren kwam hun vader de koning om tijdens een van de vele oorlogen die hij voerde. Maar weinigen in het eilandenrijk waren daar bedroefd over en vrijwel alle inwoners waren verheugd dat de koningin de scepter in handen kreeg. De koningin realiseerde zich dat ook zij op een dag door iemand zou moeten worden opgevolgd en ze wilde dat dat de dochter zou zijn die het minst op haar brute vader leek. Daarom besloot ze haar kinderen op de proef te stellen.

‘Vandaag vertrekken jullie voor een reis van drie jaar, ieder apart. Wie in deze jaren de wijsheid en leiderschap voor ons volk vergaart, zal de nieuwe koningin van ons eilandenrijk worden.’ Met een kus en een traan nam ze afscheid.
Hoe kon ze vermoeden dat ze hen door natuurgeweld nooit weer terug zou zien…

Als eerste vertrok prinses Phala Crocorax Carbo, door iedereen prinses Paaltje genoemd. Niet alleen omdat men de tong brak over deze uitzonderlijke naam, maar ook omdat ze bijzonder lang was en haar hoofd op een lange, statige hals rustte. Galopperend op haar paard trok ze naar de kust, haar zwarte gewaden wapperend in de wind. De eerste nacht sliep ze in een dorpsherberg die dezelfde nacht werd overvallen door een bende bandieten. Niet alleen haar spullen werden gestolen, ze werd ook bedreigd. Paaltje zette het op een rennen, dook in zee en zwom weg van de ongure achtervolgers. Uren later kwam ze uitgeput en berooid aan op een klein eiland. De vissers op het strand waren achterdochtig en wilden niets weten van een lange, vreemde vrouw in een zwarte jurk. Vanaf een veilige plek keek de prinses naar de vissers die ieder voor zich visten en na een lange dag slechts een karig mandje vis mee naar huis brachten. Ze zag de armoede en de honger in het dorp. Om haar lege maag te vullen stal ze een vis. De vissers die dit zagen werden woedend en wilden haar doden. Ze dook weer de zee in en bleef zo uit de handen van de mannen die niet konden zwemmen. Toen ze op veilige afstand was, riep ze: ‘Laten jullie me met rust als ik jullie in drie weken leer tien keer zoveel vis te vangen?’ Kariger dan nu kon hun vangst niet zijn, dus stemden de man toe.

Paaltje leerde de vissers eerst goed zwemmen en duiken, In de derde week zei ze: ‘Samen zijn we sterker dan alleen. Vissen zwemmen in scholen. Als we de vissen naar elkaar toe drijven en omcirkelen, raken ze van slag en kunnen we veel meer vissen vangen.’ De mannen vonden het een raar voorstel. Bovendien: wat wist een vrouw nou van vissen? Maar uiteindelijk besloten ze haar ideeën toch maar eens te proberen. Tot hun verbazing kwamen ze die avond met manden vol vis thuis. Vanaf die dag zwommen en visten de vissers in groepen en de prinses werkte hard mee in haar lange zwarte jurk.
Na iedere visvangst ging Paaltje op een duin staan en liet haar jurk droogwapperen in de wind. De eilandbewoners keken op naar deze bijzondere vrouw die de honger op het eiland had verdreven. Uit erkentelijkheid begonnen ze zich net als de prinses in wapperende zwarte gewaden te kleden. En ze gingen om hun hals spiralen dragen, in een poging net zo’n lange nek te krijgen als Paaltje.

Drie jaar later begon de aarde te schudden en alle vulkanen op de hele wereld leken gelijktijdig tot uitbarsting te komen. Enorme vloedgolven overspoelden de aarde, het einde van de wereld leek nabij. Ook het eiland van prinses Paaltje overstroomde, maar de vissers overleefden omdat ze zulke geoefende zwemmers waren en de zee zo goed kenden. Ze raakten bevriend met de walvissen, die hen hun rug aanboden om op uit te rusten. En zo veranderden ze in de loop van de tijd van zwemmende vissers in vissende zwarte zeevogels. We kunnen ze nu nog herkennen aan de lange nek en omdat ze nog altijd met gespreide vleugels hun zwarte veren in de wind drogen

Aalscholvers (Phalacrocorax Carbo) zijn grote zwarte watervogels met een lange nek. Ze vallen onder de pelikaanfamilie. Er wordt wel gezegd dat ze uit de prehistorie komen en dat is te zien aan hun uiterlijk. Het zijn uitmuntende duikers die onder water in groepsverband vissen bijeen jagen en verorberen. Ze kunnen wel een kilo vis per dag eten. In de vorige eeuw zijn ze bijna uitgeroeid omdat vissers ze als concurrenten zagen. Nu de jacht verboden is neemt hun aantal sterk toe. Om dieper te kunnen duiken hebben ze geen vet op de veren zoals andere vogels en daarom moeten ze na iedere zwembeurt hun veren drogen. In waterrijke gebieden zien we overal langs de waterkant de aalscholvers met gespreide vleugels hun veren drogen. Het zijn echte groepsdieren. Ze zijn vliegend makkelijk te herkennen aan hun lange rechte nek. Ze vliegen vaak laag over het water, in een lange rij achter elkaar of in een v-formatie, zoals ganzen.

 

© Els Baars, Natuurverhalen.nl