een boodschap van het slagveld, de klaproos (077)

Also available in: nlNederlands enEngels frFrans deDuits

In menig boek wordt melding gemaakt van een opvallend fenomeen. In de zomer volgend op het einde van een oorlog, verschijnt er op het slagveld een rode bloemenzee. Ook na de Eerste Wereldoorlog kleurden de velden, waar tijdens de vreselijke loopgravenoorlog miljoenen slachtoffers vielen, rood. Er wordt gezegd dat in iedere klaproos een ziel van een gesneuvelde soldaat huist, luister:

Froutje de Wijze was niet meer de jongste van het dorp. Ze was de vroedvrouw die bij nacht en ontij de barende vrouwen in de wijde omgeving ter zijde stond. Froutje werd alom gerespecteerd om haar rust en wijsheid.
Op een nacht opende een twee maanden te vroeg geborene, niet groter dan haar hand, één enkel moment de ogen. Het was Froutje die de boodschap las in de ogen van de baby voor deze terug keerde naar de wereld der zwevende zielen.
Daarom was Froutje niet verbaasd dat ze op de terugreis haar grote liefde ontmoette. In de te korte periode dat ze geliefden waren, noemde de knappe Karel Klap haar uitsluitend ‘mijn Roosje’.
Zeven maanden later nam Karel afscheid van zijn Roosje en beloofde haar altijd lief te hebben. Soldaat Klap vertrok naar de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog in België. Hij keerde nooit weerom.

Na het einde van de oorlog reisde Froutje met haar dochtertje Rosa naar het dorp waar Karel, de vader van het meisje, zijn einde had gevonden. Verbaasd keek ze in het rond. Ze zag dat de velden waar de soldaten jaren lang hun leven in de modderige loopgraven hadden gegeven, rood waren. De velden waren gekleurd door fel rode bloemen met een zwarte hart, alsof ze het bloed en het lijden van de gedode soldaten hadden opgezogen.
Froutje besefte dat Karel haar niet was vergeten en dat hij haar overal zijn liefde betuigde met een groots boeket knalrode bloemen. Deze grote enkelvoudige rozen, die slechts één dag schitteren, hadden de rode kleur van het bloed dat Karel gaf in de broederstrijd tussen de Europese landen met hun bondgenoten. Het hart van de bloem was zwart geblakerd, zwart als het door de oorlog verwoeste land en zwart van het verdriet in het hart van zijn treurende geliefde.
De dochter van Karel en Froutje huppelde in de velden. Ze plukte een grote bos bloemen en gaf die aan haar moeder. “Mamma, waarom huil je?” vroeg Rosa.
Froutje antwoordde: “Lieve schat, deze bloemen zijn een liefdesboodschap van pappa aan jou en mij. Pappa noemde mij zijn ‘Roosje’ en jij bent mijn Rosa. En daarom noem ik deze bloem naar jouw vader: KlapRoos.”

Het enige wat groeide rond de gedolven loopgraven van het ‘Niemandsland’ in België waren de klaprozen, als druppels bloed op het slagveld. Daarom zijn ze symbool geworden van de Eerste Wereldoorlog. In Amerika, Engeland en Canada is er in november een jaarlijkse herdenkingsdag, de ‘poppy day’ (klaprozendag) waar de mensen een kunststof klaproos in hun revers dragen. In België worden op de oorlogsgraven klaprozen gelegd. Met de verkoop van deze bloemen werden de oorlogsslachtoffers en hun familie financieel gesteund.
De klaproos, of papaver, groeide vroeger tezamen met de korenbloem massaal in de graanvelden. Door het gebruik van de bestrijdingsmiddelen en kunstmest is hun aantal sterk afgenomen. Klaprozen bloeien vooral op pas omgewoelde grond. Nu zien we ze ’s zomers volop langs de bermen van de spoor- en autowegen en op bouw- en industrieterreinen.

 

© Els Baars, Natuurverhalen.nl