Waarom de groene specht zo gebeten is op rode mieren (061)

Also available in: nlNederlands

Hij laat zich maar zelden zien, de Groene Specht, maar je hoort wel vaak zijn luide lach door de bossen en over de velden klateren. Als we hem al te zien krijgen dan valt zijn lange, sterke snavel zeker op. Kenners herkennen verder zijn typische, diep golvende vlucht. Weet je dat de groene specht ooit een nare, bemoeizuchtige man was? Luister:

In een dorpje in Midden-Frankrijk leefde eens een man die Pic Vert werd genoemd. Alle dagen van het jaar ging hij gekleed in een olijfgroene jas en een rode pet en dag en nacht droeg hij een zonnebril op zijn lange, spitse neus.
Pic was een nare man die die lange neus van hem in allerlei zaken stak waar hij niets mee te maken had. Geen wonder dat alle dorpelingen de pest aan hem hadden en probeerden hem te ontlopen. Maar dat was niet eenvoudig: de bemoeial klampte iedereen aan die hij tijdens zijn omzwervingen door het dorp tegenkwam en spuide dan roddels en halve waarheden met de bedoeling dorpelingen tegen elkaar op te zetten. En als het hem weer eens gelukt was ruzie te veroorzaken schalde zijn triomfantelijke lach vanaf het bankje op het dorpsplein.
De dorpelingen werden Pic Vert zo zat dat ze uiteindelijk Gods hulp inriepen: “Mon Dieu,” smeekten ze, “verlos ons van deze intrigant!”
Niet lang daarna zat een onbekende lange, blonde man op het bankje onder de lindeboom op het dorpsplein met een grote linnenzak aan zijn voeten. Pic kon de verleiding niet weerstaan, ging naast de blonde man zitten en vroeg nieuwsgierig: “Wat brengt u hier, vreemdeling? En wat is de inhoud van die grote zak?”
De vreemdeling keek hem vriendelijk glimlachend aan en antwoordde: “Ik ben gekomen om u deze zak te brengen met het verzoek die bij de burgemeester af te leveren. Over de inhoud mag ik u niets vertellen: die is heel bijzonder en moet geheim blijven. Maak de zak niet open, want dan zou u weleens in ernstige problemen kunnen komen!” En weg was de blonde vreemdeling.
Pic staarde gebiologeerd naar de zak. Het leek wel of de inhoud bewoog. Uit de zak kwamen zachte geluidjes die hij niet kon plaatsen. Evenmin leverde het betasten van de zak hem enig idee op over de inhoud.

Onderweg naar de burgemeester kon hij zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. Hij liep de weidevelden in en opende de zak. Ogenblikkelijk ontsnapten honderden grote en kleine rode mieren uit de geopende zak op zoek naar een goed heenkomen. Verschrikt probeerde hij de insecten in de zak terug te proppen, maar dat bleek onbegonnen werk: in een mum van tijd liepen ze over zijn handen en voeten en prikten hem met mierenzuur.
Wanhopig keek Pic Vert naar de hemel en zag hoe een blonde engel op een wolk op hem neerkeek. Hij begreep zijn fatale fout. Toen de engel vond dat Pic genoeg gestraft was, veranderde hij hem van gedaante om te kunnen ontsnappen aan de prikkende mieren. Zo werd Pic een groene vogel – met een rood petje, een lange, sterke snavel en een zwart masker op zijn kop.

Tot op de dag van vandaag is deze vogel boos op rode mieren. Met zijn lange, harige tong probeert hij ze te pakken te krijgen – die insecten die zijn ongeluk hebben veroorzaakt. En telkens als hij weer eens een mierennest heeft gevonden, breekt hij met geweld met zijn grote snavel het nest open en verorbert vele bosmieren. Als zijn boosheid en honger zijn geluwd laat hij zijn triomfantelijke lach over de velden schallen.

De groene specht, in het Frans pic vert, zie je bijna nooit, maar je hoort hem vaak met zijn luide roep. Deze schuwe vogel met uitstekende schutkleuren in de groene natuur heeft een spanwijdte van 50 cm. Heb je hem ooit met de zon op zijn groene veren met rode accenten gezien, dan vergeet je deze schitterende vogel nooit meer.

Hij zit meestal op de grond en hij hakt nesten van rode bosmieren open om met zijn 10 cm lange, plakkerige tong zijn favoriete hapjes te verschalken. Nesten van rode bosmieren zijn makkelijk te vinden en te openen. In de zomer zijn rodebos mieren echter actiever en spuiten met velen zo veel mierenzuur dat de specht er te veel last van heeft. In deze periode eet hij andere mierensoorten. In mindere mate likt hij onder boomschors insecten op. Het nest wordt in zieke of dode bomen gehakt en beide ouders broeden en verzorgen het nageslacht.

In Nederland lijkt het aantal na een eerdere afname stabiel met ongeveer 5000 broedparen. In Vlaanderen broeden ook ongeveer 5000 paren.