de HUISZWALUW en hoe de VLEERMUIS is ontstaan (059)

Also available in: nlNederlands enEngels frFrans deDuits

Duizenden jaren geleden was de huiszwaluw een zwarte vogel die in de schoorstenen van de huizen leefde. Het is bekend dat de vogel veel muggen vangt, wat hem geliefd maakt bij de mensen. Heel wat minder bekend is het feit dat de huiszwaluw letterlijk aan de wieg van de vleermuizen heeft gestaan. De vleermuizen zijn ontstaan doordat de duivel misbruik heeft gemaakt van de goedheid van de zwaluw. Luister naar dit oude Franse sprookje.

Op een zomeravond zat een zwaluwvrouw verdrietig te broeden op haar eieren, toen een muisje zijn kop door de opening van het nest stak. ‘Zwaluwmoeder, ik ben doodsbang, mag ik me vannacht in uw nest verstoppen?’ smeekte de muis. ‘De katten staan onder het dak te wachten om me op te peuzelen als avondmaal.’
‘Lieve muis, je komt als geroepen,’ antwoordde de zwaluw. ‘Mijn man is niet thuisgekomen van de muggenjacht en ik vrees het ergste. Ik heb honger en moet nu zelf op muggenjacht gaan. Als jij je nu enkele dagen verstopt in mijn nest, wil jij dan mijn eieren warm houden? Voor jou zal ik de heerlijkste zaden meenemen.’
Dat vond de muis een fantastisch aanbod. Gratis eten, veilig in een nest luieren en alleen maar de eieren warm houden, wat wilde hij nog meer!
En zo kwam de moederzwaluw weer op krachten en ze had nog gezelschap ook.

Na een paar dagen was de muis plotseling verdwenen. Toen niet lang daarna de eieren uitkwamen, bleek alras dat het geen gewone zwaluwtjes waren: ze waren bedekt met haren! De moeder snelde ontdaan naar haar soortgenoten en riep vertwijfeld uit: ‘Er zijn vier monsters uit mijn eieren gekropen. Die muis moet de duivel geweest zijn!’
De zwaluwkoningin kwam hoogstpersoonlijk kijken en wist niet wat ze zag. De kleintjes hadden niet alleen haren in plaats van pluisveertjes, maar ook kleine priemoortjes, een spits snuitje met snorharen en tandjes in plaats van een snavel. Het leken wel muizen met vleugels!
‘Deze duivelse misbaksels mogen geen huiszwaluw heten,’ zei de zwaluwkoningin. ‘Ik veroordeel jullie tot een leven in het donker, zodat niemand jullie te zien krijgt. Als ik overdag ooit één van jullie onder ogen krijg, zal ik die persoonlijk doden,’ siste ze de vier jonge dieren toe. ‘Niemand mag ook maar denken dat jullie familie van ons, sierlijke zwaluwen, kunnen zijn.’
De koningin verbood de huiszwaluwen voortaan in de schoorstenen te leven, want daar konden muizen in klimmen. In het vervolg zouden ze hun nesten onder dakranden bouwen en tegen een rechte muur geplakt, zodat geen muis er ooit in zou kunnen klimmen.

Vanaf die tijd leven huiszwaluwen en vleermuizen totaal gescheiden van elkaar. De vleermuizen vliegen zodra de nacht zich aankondigt en de huiszwaluwen bouwen hun mooie nesten onder dakgoten. En er is nog iets veranderd: doordat de huiszwaluwen niet meer zwart werden in de schoorstenen, zijn in de loop der tijd hun beroete veren schoon geregend en blijken ze een prachtig blauwzwart bovenkleed te hebben met een stralend witte onderkant én een wit stuitje.

Vleermuizen zijn de enige vliegende zoogdieren. In Nederland en België leven alleen de insecteneters, ze eten veel muggen, nachtvlinders en motjes. Door het vrijwel ontbreken van vliegende insecten in de winter houden ze een winterslaap, meestal in grotten of bunkers. Ze zijn erg gevoelig voor verstoring en planten zich langzaam voort. Vleermuizen leven ’s nachts in de duisternis en slapen overdag.
De huiszwaluw is een veel voorkomende vogel op het platteland in heel Europa. Ze zijn te herkennen aan de witte onderkant en de witte strook laag op de rug, de stuit. De vrij korte staart is iets gespleten, terwijl die van de boerenzwaluw juist heel lang en gespleten is.
De huiszwaluw leeft in de nabijheid van water (muggen). Alleen om nestmateriaal te verzamelen komen de vogels naar de grond, waar ze uit plassen modder verzamelen. Daarmee wordt een nest gemetseld dat aan een muur zit vastgeplakt. Vaak broeden ze in groepen. Buiten het broedseizoen leven de vogels, net als gierzwaluwen, zo hoog in de lucht dat we ze vanaf de grond nauwelijks kunnen waarnemen. Ze overwinteren diep in Afrika.

 

© Els Baars, Natuurverhalen.nl