Waarom er gaatjes in de baaldjes van het SINTJANSKRUID zitten (020)

Also available in: nlNederlands enEngels deDuits

Het sint-janskruit bloeit rond de langste dag van het jaar, als de dagen lang en de nachten kort zijn. Het is een bekend geneeskrachtig kruidenplantje. Maria Magdalena heeft de basis gelegd voor het succes van dit wondermiddel. Hoe dat zo gekomen is, verhaalt deze christelijke legende, luister:

Maria Magdalena stond onder het kruis van de stervende Jezus en zag druppels bloed omlaag vallen. “Kijk,” zei ze met tranen in haar ogen “zelfs de bloemen vangen het kostbare bloed van Jezus op in hun knoppen om niets van Zijn erfenis verloren te laten gaan.” Na de begrafenis en herrijzenis groef ze de plantjes op die de druppels hadden opgevangen en nam ze mee naar huis. In haar tuin verzorgde ze de plantjes zo goed, dat ze zich voorspoedig ontwikkelden en vermeerderden. Als ze de knoppen uitperste kwam er donkerrood sap uit, het kostbare bloed dat de plant bewaarde. Deze rode druppels bleken sterk geneeskrachtig te zijn met hun warmtegevende eigenschappen en al snel verspreidde zich het gerucht dat Maria Magdalena geneeskrachtige kruiden in haar tuin kweekte. De mensen vroegen haar om zaad en stekken van het plantje. Het werd een geliefd kruid.
De duivel zag met lede ogen aan dat het kruidenplantje steeds populairder werd en bedacht een plan om hieraan een einde te maken. Op een dag kwam de duivel naar de tuin van Maria Magdalena met een grote bos distels in zijn klauwen. Hij sloeg de plantjes met de stekelige distelbladeren tot moes en schreeuwde: “Vernietigen zal ik ze, uitroeien tot het laatste exemplaar!”
Johannes sloeg dit alles gade vanuit de hemel en stuurde in razende vaart een engel naar de aarde om het heilige, geneeskrachtige kruid voor de ondergang te behoeden. De engel joeg de duivel weg met zijn eigen bos distels en riep: “Blijf van deze planten af! Deze bloemen zijn heilig, want ze dragen het bloed van Jezus in zich. Zij zullen de mensen helpen die warmte nodig hebben voor hun genezing.”  Uit dankbaarheid voor de redding van dit waardevolle kruidenplantje is het genoemd naar zijn beschermheilige: sint-janskruid.

Hoe weten we dat dit verhaal op waarheid berust? Als u de knop van de bloem uitdrukt, komt er een paarsrood sap te voorschijn, dat warmtegevende olie bevat. Als u een blaadje plukt en deze tegen het licht houdt, ziet u nu nog de gaatjes die de duivel erin heeft geslagen

Deze echte zomerbloem bloeit rond 24 juni, de datum waarop de Germanen hun ‘midzomer-zonnewendefeest’ met grote vuren vierden. Sinds de intrede van het christendom wordt de geboortedag van de heilige Johannnes de Doper herdacht, waarbij op sommige plaatsen lentevuren branden en waar dit kruidje naar is vernoemd.
Sint-janskruid heet in het Latijn: hypericum perforlatum. Hypericum betekent zoiets als, het kruid onder de heide, wat aangeeft dat het te vinden is op zonnige, warme, arme, droge gronden. Het kan grote temperatuursverschillen goed verdragen. Het is een pioniersplantje, veel te zien in de duinen en op kapvlakten. De plant bloeit met veel losse, gele bloemen van juni tot in oktober. Een bloem bloeit maar 1 dag. Perforlatum betekent: “doorboord” en wijst op de gaatjes die zichtbaar zijn als een blaadje tegen een lichte achtergrond houdt. In het Frans wordt de plant ‘millepertuis perforé’ genoemd, wat duizend gaatjes betekent. Sint-Jansolie is een warmtegevende olie. Sint-janskruid is populair als een natuurlijk antidepressivum.

 

vrije bewerking van een verhaal dat een natuurgids me ooit vertelde