Hoe de HAZELAAR een beschermheer werd (013)

Also available in: nlNederlands

DE HAZELAAR
Hoe de hazelaar een beschermheer werd.

Midden in  de winter bloeit in januari de hazelaar als eerste, weldra gevolgd door de els. Lange tijd straalde een staf van hazelaarshout gezag uit. Er wordt gezegd dat de Heilige Maria daar uit dankbaarheid voor gezorgd heeft. Luister naar deze Marialegende:  

Zo’n 2000 jaar geleden vluchtten Maria en Jozef met hun baby Jezus voor de moordzucht van de Romeinse Keizer. Deze tiran was vastbesloten de aspiraties van de nieuwe koning van de Joden in diens babytijd te smoren. Daarom moesten alle baby’s gedood worden. De vlucht van deze speciale Familie was daarom vol gevaren. Om deze reden beperkten ze hun route tot de landweggetjes met hun vele verstopplekken. De verrassingsaanvallen van de soldaten kwamen ook op het platteland voor en bezorgden Maria doodsangsten. Steeds werd de Familie gered door de natuur. In die angstige dagen had ze ervaren dat ze kon vertrouwen op de hulp van de bomen. De treurwilg boog altijd op het juiste moment zijn takken waaronder het gezin onzichtbaar was voor de langslopende patrouilles. De jeneverbes bood hen vele schuilplaatsen binnen haar taaie en kromgetrokken eeuwenoude takken.
Jaren later, toen het gezin in veiligheid  was en op een vaste woonplaats leefde, ging Maria op een dag aardbeien plukken. In het bos lag een mooi veld rode aardbeien en Maria bukte zich om haar mandje met zomerkoninkjes te vullen. Plotseling gleed er een adder naar haar toe. Maria schrok en liet haar mandje vallen, maar alras bedacht ze dat, zoals enkele jaren daarvoor tijdens de vlucht, ze kon rekenen op de bescherming van de planten en bomen in haar omgeving. Een hazelaar die vlakbij stond riep haar zich achter hem te verschuilen. Hij beschermde haar tegen de aanvallen van de adder. Het reptiel siste gemeen, maar kon niet dichterbij komen, een onzichtbaar scherm hield hem tegen. Maria wachtte net zo lang achter de hazelaar tot de slang de aftocht blies en verdween in het gras. Ze bedankte de boom en ging verder met het plukken van aardbeien. Op de terugweg sprak ze tot de hazelaar: “Hazelaar, ik ben je dankbaar dat jij ditmaal mijn beschermheer was. Voortaan zal iedere hazelaar de mensen dienen.” Sindsdien is een  hazelaarstak de beste bescherming tegen adders, slangen en alle andere gevaarlijke kruipende dieren.

Toen de Lage Landen nog uit verlaten strandwallen en broekbossen bestonden, kwam de hazelaar veel voor. De eerste mensen in onze streken waren jagers en vulden hun voedselpakket aan met hazelnoten. Het is leuk om de vrouwelijke bloemen in januari te zoeken. Ze zijn rood en piepklein, niet groter dan een luciferkop. De mannetjes met hun lange lichtgroene katjes verspreiden hun stuifmeel met de wind en bevruchten de vrouwelijke bloemen van struiken in de buurt. De mannelijke en vrouwelijke bloemen  van één struik bloeien nooit gelijktijdig om zelfbevruchting te voorkomen.
De adder is de enige gifslang in Nederland en België. Ze vallen mensen nooit aan, tenzij zíj worden aangevallen door mensen!

 

bewerking oude legende, © Els Baars, Natuurverhalen.nl