Hoe de HEIDE is ontstaan (011)

Also available in: nlNederlands

Heide is een bijzondere plant die overleeft in barre, armoedige omstandigheden. Het is een wonder dat ze overleeft op gronden waar andere planten weigeren te groeien. Daar moet je wel heel standvastig voor zijn en een wil hebben om te overleven. Bekijk de heide de volgende keer als u haar ziet eens met andere ogen. In de dappere heide herkent u dan wellicht ook de Duitse kroonprinses Erica.

Lang geleden woonde in een Duits koninkrijk een zachtaardige en intelligente kroonprinses, Erica geheten. Ze was verliefd op de mooie prins Wander, die zo graag in de bossen en uitgestrekte velden van de landgoederen van zijn geliefde ronddoolde. Het liefst wandelden ze urenlang te voet of te paard over de uitgestrekte landgoederen. Ze spraken over hun liefde, maar maakten ook plannen over hoe ze in de toekomst het land rechtvaardig wilden gaan regeren. Ze droomden van een vrolijk land, met blijmoedige inwoners, waar grote en kleine feesten een belangrijke plaats moesten innemen.

Het liep echter anders.
Op hun tochten werden ze regelmatig gadegeslagen door de Duistere Tovenaar. Deze tovenaar was al jaren verliefd op de mooie prinses. Dag na dag zag de jaloerse man de prinses gelukkig met haar prins dolen. Dat kon hij niet langer meer aanzien en hij bedacht een plan. De Duistere Tovenaar wilde prinses Erica dwingen zijn vrouw te worden. Op een regenachtige dag ontvoerde hij haar.
“Mooie prinses Erica,” zo sprak de tovenaar toen ze in zijn huis waren aangekomen, “er was geen andere manier om je aandacht te krijgen. Ik ben een groot tovenaar en kan je alles geven wat je wenst. Je zult koningin worden van een rijk en machtig koninkrijk. We zullen de omringende landen veroveren en je zult vorstin worden een land waar Karel de Grote bij in het niets valt. In ruil daarvoor wil ik dat je met me trouwt.” De jonge vrouw had haar hart verpand aan prins Wander. “Wat je me ook belooft of wat je ook met me zal doen, duistere man, ik ben niet te koop voor macht en rijkdom.”
De Duistere Tovenaar gaf haar de mooiste juwelen, de heerlijkste maaltijden, de mooiste muziek. En toen dat geen indruk maakte, wierp hij haar in de kerker zonder eten en drinken. Zelfs toen hij haar na een week mager en uitgedroogd uit de kerker haalde en dreigde haar te zullen betoveren, boog prinses Erica het hoofd niet.
“Nooit zal ik mijn land verraadden,” zo sprak ze ferm. Toen werd het de tovenaar duidelijk dat het hem nooit zou lukken haar tot zijn vrouw te maken. Hij was zo jaloers dat hij haar geen andere man gunde en hij betoverde de uitgedroogde en uitgehongerde prinses in een heidestruik.

Sinds haar verdwijning liep prins Wander iedere dag wanhopig over de velden waar zij altijd samen waren geweest. Op een dag schreeuwde hij door verdriet overmand haar naam en aan zijn voeten schoot een paars bloeiende heidestruik omhoog. Iedere keer als hij “Erica ” riep, ontsproot er een struikje aan zijn voeten. Als hij gilde ontsproot er diep paarse heidestruik, riep hij door verdriet overmand zacht haar naam dat waren de heidebloemen lila van kleur. De prins besefte dat zijn grote liefde betoverd was in de vorm van deze heidestruiken en dat zij nooit meer terug zou keren. Sindsdien loopt hij als een schim door de heidevelden, onafscheidelijk van zijn geliefde.

Nu wordt er vaak gezegd dat de witte wieven ’s nachts over de heidevelden zweven en dat klopt. Maar als je goed oplet, zie je af en toe ook een donkere schim scharrelen. Dat is wat er nog rest van de verliefde prins. En als je goed luistert hoor je hem nog steeds zachtjes roepen: “Erica, Erica.”

De heidefamilie (Ericaceae genaamd in het Larijn) omvat wereldwijd zo’n 3000 soorten, waarvan er in Nederland zeven voorkomen. De bekendste is de Dopheide, die het liefst groeit op drassig land, zoals bij vennen en in hoogveen. Verder komen in de droge gebieden Struikheide (Callúna vulgáris) en de
Kraaiheide (Empetrum nigrum) voor, die tot een verwante familie behoren. Het heidestruikje is  gespecialiseerd om te groeien op zeer arme gronden. Het heeft zich aangepast aan weinig voedsel door twee overlevingsstrategieën: kleine ingerolde blaadjes en samenleven met een schimmel. De eerste is dat blaadjes van de heide die zowel op droog als op drassig land groeit, leerachtig, klein en smal zijn met opgerolde randen. Door het weinige voedsel kunnen ze moeilijk vocht vasthouden. Ze brengen zoveel mogelijk water via de wortels naar de blaadjes om het daar te laten verdampen. Zo halen ze uit het voedselarme water ieder spoortje eten wat er nog inzit. Als tweede overlevingsstrategie leven ze in symbiose met een schimmel (ericoïde mycorriza) die in hun wortels leeft. Deze schimmel zorgt voor een belangrijk deel van de stikstofvoorziening die nodig is om te overleven op zeer arme en zure grond. Struikheide groeit op droge gronden met sterk wisselende temperaturen in één dag, van brandende zon overdag tot vorst ‘s nachts. Gedurende acht maanden per jaar kan daar nachtvorst optreden omdat de bodem overdag geen warmte vasthoud. Op heidevelden leven bijen, zweefvliegen, vlinders, zandhagedissen en adders maar ook de tapuit, de nachtzwaluw, de boomleeuwerik. Ook de heidespecialist, de korhoen, die door het sterk afnemen van het oppervlakte aan heidevelden,dreigt uit te sterven in de Lage Landen.

 

© Els Baars, Natuurverhalen.nl