Hoe het hout van de ELS rood is geworden (001)

Also available in: nlNederlands enEngels frFrans deDuits

De winterperiode is een rustperiode voor de natuur. In veel natuurgebieden worden bomen gesnoeid. In geriefhoutbosjes worden essen, wilgen en elzen teruggezaagd tot de ‘stobbe’. Het hout van de eerste twee is wit, maar wist u dat het hout van de els rood is? Hoe dat zo gekomen is, is een luguber verhaal. Luister naar deze oude Keltische legende:

Lang geleden plukte Jacu, een tienjarig meisje, in de vroege morgen vossebessen onder een groep bomen. Het landschap, met her en der groepen kromme, stakerige bomen zag er open en wijds uit. Het leek op het landschap zoals je dat vandaag de dag in Nederland aantreft in de drogere delen van de Oostvaardersplassen. Het beloofde een mooie dag te worden, de opkomende zon loste de mistflarden snel op. Plotseling zag ze uit de mist een aantal tovenaars naderen. Ze vreesde de machtige tovenaars. Behendig klom ze in een oude, bijna honderdjarige els. Bovenin drukte ze zich stevig tegen de bruine bast en wachtte, goed verscholen in het groene bladerdek, af wat zou komen.
Uitgerekend aan de voet van de els waar Jacu zich in had verscholen, ging de groep tovenaars in een kring zitten. Verbijsterd zag ze hoe ze een dode vrouw neerlegden. De oudste tovenaar sneed het lichaam met een groot mes in stukken. Er volgde een tovenaarsritueel. Met haar grote ogen zag ze hoe de tovenaars de delen van de vrouw ritmisch in de hoogte gooiden, keer op keer, hoger en hoger, onder het murmelen van sonore klanken. Een tovenaar gooide zo hoog, dat er plots, zonder dat de tovenaar het merkte, een onderarm op haar tak viel. Die arm bleef haken aan de tak. De mannen in hun zwarte gewaden vervolgden nog een paar minuten hun ritueel. Jacu zag dat ze de onderdelen van het lichaam weer netjes in elkaar pasten…., maar de rechter onderarm ontbrak! Priemende ogen keken omhoog, Jacu drukte zich nog platter tegen de boom, maar ze zagen niets en haalden hun schouders op.
De oudste tovenaar zaagde een middelgrote tak uit haar boom. Hij hakte en sneed de tak in de vorm van een arm en legde die op de plaats van het ontbrekende lichaamsdeel. Uit de groep stegen geheimzinnige geluiden op. Alle tovenaars strekten hun armen uit naar de vrouw. De oudste zwaaide met zijn toverstok en toen werd het doodstil. Jacu geloofde haar ogen niet toen ze zag dat de vrouw de ogen opende en bewoog. Ze leefde weer!
De tovenaars en de vrouw stonden op en liepen rustig het bos uit, de open vlakte in.
Toen de tovenaars al lang uit het zicht waren verdwenen, klom Jacu uit de els, rende naar huis en vertelde wat ze gezien had. Vanaf die dag wordt het hout van de els rood, als je hem omzaagt. Rood van het bloed dat hij de doden geeft om terug te keren tot de wereld der levenden.

Keltische strijders gebruikten delen van de els voor wondverzorging tijdens de strijd.

De els is een typische boom van de natte streken van West Europa. Vroeger stonden er veel in de broekbossen achter de duinen en in de delta van de grote rivieren. Het hout is zacht, maar inwater is het heel duurzaam en het wordt gebruikt als heipalen en oeverbeschoeiing. Venetië is grotendeels gebouwd op heipalen van de els en de linde. Let midden in de zomer eens op het vruchtbeginsel. U ziet aan de uiteinden van de takken meestal drie generaties: de oude elzenpropjes van het voorafgaande jaar, de groene elzenpropjes van de komende winter en de prille katjes van de komende lente. Putters zijn dol op de zaadjes in de elzenpropjes.